Quebec
02.08.2008
We logeren bij Jeanne Moreau! Of toch, bij een frivool dametje dat als twee druppels water op haar lijkt. (Google haar maar even, de gelijkenis is enorm.) Ze viert vandaag samen met haar man en familie hun tigste huwelijksverjaardag. Ze ging naar de kapper deze ochtend, vertelde ze ons gisterenavond. Ze streek met haar -met ouderdomsvlekken bezaaide - hand door haar platinablonde, uitgedunde haren en schudde even uitdagend met haar broze heupen. Men moet er toch goed uitzien op een feest, kirde ze. Haar ogen straalden en je wist meteen dat ze ooit een heel mooie vrouw moest geweest zijn.
Haar man zegt weinig. Hij spreekt moeilijk, hij loopt moeilijk. Alsof hij elk moment in elkaar kan zakken. Het voelt vreemd aan wanneer hij je koffie inschenkt. Je wil de kan van hem overnemen en het zelf doen - hij is zo oud en hij beeft lichtjes -, maar je weet niet of hij dat zal appreciëren. Dus je doet niks. Hij lacht voorzichtig en mompelt iets. Je begrijpt hem moeilijk. Hij jou ook. Zijn taal is een mengelmoes van gebrekkig Frans en Engels. En toch, hij ziet er enorm wijs uit, verstandig. Een professor op rust, zo verbeeld ik me. De universiteit van Quebec ligt hier vlakbij. Aan zo iemand zou je heel veel willen vragen, maar je doet het niet. Je bent een West-Vlaminge, dus: gereserveerd tegenover vreemden.
Het huis waarin we logeren is, net als zijn bewoners, oud en eccentriek. Overladen met zware, donkere meubels, overal tapijten en vergeelde reproducties van oude schilderijen aan de muren. Geen kitsch, eerder de vergane glorie van een zeker Parijse je-ne-sais-quoi.
En dan de stad zelf. Quebec is Europees, erg Europees. Voor het eerst hebben we weer even het gevoel dat we ergens thuishoren, dat we ergens passen. De Amerikaanse en Canadese cultuur van het platteland en de kleinere steden was schreeuwerig, opdringerig. De natuur maakte dat goed. Het slechte weer dan weer niet.
Het weer in Quebec is beter. En in een stad is de regen minder schadelijk. Als het te erg wordt, dan ga je ergens binnen. In een bibliotheek, zoals nu op dit moment. Of in een café straks, waar je koffie kunt drinken en verder lezen in één van de boeken die je kocht voor 25 cent. (Villette - Charlotte Brontë, bijvoorbeeld!)
Gisterenavond trokken we hongerig de oude stad in. We hadden meer dan genoeg van de `hamburger platters` en hoopten op iets lekkers, iets Europees? We zijn gewoontedieren, denk ik dan. Maar aan de andere kant: Indisch of Chinees was even aannemelijk geweest. De eenzijdigheid van de Amerikaanse keuken ligt ons gewoon niet. Net voor het oude centrum vonden we `Le bonnet d`âne`. De enorm vriendelijke dienster had net zo goed in Gent kunnen rondkuieren. En ja, we voelden ons weer thuis. En het eten was lekker. Enorm lekker.
Ik voel me thuis, veel meer dan de voorbije dagen. De aanhoudende regen en de muggen hadden een veel te grote én negatieve invloed op mijn ingesteldheid. Na het handincident kwam er een oogincident. Op een ochtend werd ik wakker met een opgezwollen rechteroog, een zeer misplaatste muggenbeet dus. Ik heb de wereld even verwenst, beste lezer. Ik wou naar huis. Ik had er genoeg van. Ik besloot om vanaf nu nooit meer te kamperen. Maar de volgende dag zag het er weer beter uit. Ik leek een beetje op Tom Yorke van Radiohead en dat riep enkele fijne gedachten op. (Mijn verbeelding slaat nogal op hol, soms...) (En voor de oudere lezers: googel Tom Yorke ook maar even en let op zijn ogen.)
Deze middag - nu is het elf uur - gaan we de oude stad verkennen. Hopelijk blijft de regen uit. En maandag vertrekken we terug naar New York. Julia heeft me gemaild hoe we van JFK naar haar appartement moeten reizen. Ik kijk er enorm naar uit. De stad ligt me beter dan het platteland, de natuur en de bossen. Het maakt meer indruk op me.
De voorbije twee weken zijn enorm snel voorbij gegaan. In mijn herinneringen haal ik heel veel door elkaar. Alsof alle gedachten voor eenzelfde deur ongeduldig staan te springen en wachten om opgeschreven te mogen worden. Niet makkelijk dus, om, telkens ik voor een computer zit, te beslissen wat ik ga schrijven. Ik beslis niets, ik begin er gewoon aan. En straks loop ik op straat rond en denk ik: ach, ik had dat nog moeten schrijven, dat nog moeten vertellen. Nooit grote verhalen, hoor. Altijd kleine dingen die me opgevallen zijn.
En om af te sluiten: een bescheiden bekentenis. Ik had (had!) heimwee, de laatste dagen. Hmhmja. Heimwee naar alles en iedereen thuis. De dingen, plaatsen en mensen met wie je vertrouwd bent. Ik ben geen groot reiziger, maar toch: ik geniet van alles wat ik zie en hoor. Stilzwijgend.
A la prochaine!
Geplaatst door ValerieTac 7:32





